Agaricus Bisporus – De Champignon

Van paddenstoelen is bekend dat ze al meer dan 400 miljoen jaar op onze aarde te vinden zijn en dat mensen al meer dan 30 duizend jaar gebruik maken van paddenstoelen. Vooral Aziatische landen, maar ook in Zuid-Amerika, worden paddenstoelen gegeten en door artsen voorgeschreven vanwege de gezondheid bevorderende effecten.

Paddenstoelen worden in twee groepen ingedeeld: de schimmels (ascomyceten) zoals de Cordyceps, Truffel, Aspergillus en Penicilline enerzijds en anderzijds de Basidiomyceten (de standpaddenstoelen), eetbaar én medicinaal, zoals de Hericium, Coriolus, Agaricus blazei, Reishi en Chaga.

Paddenstoelen vormen een zelfstandige levensvorm en horen net als mensen, dieren en planten tot de Eucaryoten: ze hebben een cel met een celkern. Paddenstoelen hebben echter geen fotosynthese, ze leven in symbiose met bomen en planten. De schimmeldraden van de paddenstoelen – de mycorrhiza omwikkelen boom- en plantenwortels. De paddenstoel zorgt ervoor dat de boom of plant water en mineralen krijgt aangereikt en op hun beurt voorziet de boom of plant de paddenstoel van glucose en sacharose.

Het cytoskelet van paddenstoelen bestaat uit chitine dat verantwoordelijk is voor de stabiliteit en buigzaamheid. De chitine is voor een mens niet opneembaar: de werkzame bestanddelen komen voor ons pas beschikbaar als het bereid wordt met heet water of microfijn wordt vermalen.

Geschiedenis gaat terug tot de prehistorie

Ötzi, de prehistorische mens (van 6000-5000 jaar geleden)werd gevonden in het ijs van een gletsjer in het jaar 2000. Deze gletsjerman had verschillende resten van zwammen bij zich (als medicijn? om vuur te maken?). Wat we zeker weten is dat Griekse en Romeinse auteurs het gebruik van paddenstoelen beschreven als voedsel en medicijn. Hippocrates schreef reeds omstreeks 400 voor Christus paddenstoelen voor. Ook in de volgende eeuwen werden paddenstoelen gewaardeerd, zowel om hun smaak en voedingswaarde, als om hun geneeskracht.

De Middeleeuwen brachten hier verandering in: paddenstoelen verzeilden in de heksensfeer en werden gezien als ‘duivelswerk’, waarschijnlijk omdat ze zo plots uit het niets konden verschijnen en omwille van de giftigheid van sommige soorten. Sedert de 16de eeuw is de paddenstoel echter weer opgenomen in het voedingspatroon. Vooral de witte weidechampignon of Champignon de Paris (Agaricus bisporus) wordt op grote schaal gekweekt: in Nederland goed voor een jaarlijkse productie van 280.000 ton, op wereldschaal goed voor ruim 31% van de totale productie. Vooral in Azië gekweekte soorten zoals de oesterzwam (Pleurotus ostreatus), Shii-take (Lentinula edodes) en Reishi zijn in Europa ondertussen ook algemeen bekend.

De totale wereldproductie van gekweekte paddenstoelen groeit sterk: van 2 miljoen ton in 1986 naar 6 miljoen ton in 1997, ter waarde van meer dan 10 miljard dollar, ondertussen al 9 á 10 miljoen ton… terwijl daarnaast nog minstens 300 miljoen kg. wilde paddenstoelen verbruikt worden. Uiteindelijk is dit toch niet zoveel: verrekend op de wereldbevolking amper 1 kg per hoofd per jaar! Maar toch genoeg om te stellen dat het eten van (gekweekte) paddenstoelen volstrekt veilig is. En… we zouden er best nog wat meer mogen eten…

Supergezond en geneeskrachtig!

De belangrijkste geneeskracht van de paddenstoelen komt door het hoge gehalte aan actieve polysachariden. De sterk vertakte 1,3 en 1,6 β-D -glucanen hebben afweer stimulerende eigenschappen. Doordat zij de oppervlaktestructuren van virussen en bacteriën kunnen imiteren, zorgen zij bijvoorbeeld bij een infectie voor een cellulair en humorale reactie van het immuunsysteem. Hiermee kan een chronisch ontstekingsproces worden doorbroken. Eén en ander vindt plaats in interactie met verschillende pathogeen geassocieerde structuren met medicinale schimmels. De glucanen horen net als de cytokinen van Interferon en interleukine tot de groep van Biological Respons Modifier (BRM): ze kunnen het kwaadaardige verloop van een ziekte positief beïnvloeden. Een ander effect van deze vorm van glucanen is de remming van de prostaglandineproductie en de uitstoot van histamine. Ook remmen ze de neoangiogenese (tumorgroei).

De triterpenen beschermen tegen besmetting met micro-organismen en hebben een antivirale en antibacteriële werking. Deze triterpenen zijn ook een voorstof van bepaalde steroïdhormonen en werken doelgericht tegen tumoren.

Daarnaast bevatten de paddenstoelen een groot aantal polyfenolen. Dat zijn secundaire plantenstoffen met een positieve invloed op het immuunsysteem: ze remmen het verouderingsproces, zijn radicalenvangers, voorkomen oxidatie van vetten en werken antimicrobieel.

De hoge concentratie van enzymen van paddenstoelen wordt benut als antioxidant en heeft een ontgiftende en antitumorale werking.

De gezondheidsbevorderende werking van paddenstoelen is zeer verscheiden: enerzijds zal de vervanging van dierlijke eiwitten zorgen voor een beter voedingsprofiel, met een positieve weerslag op overgewicht, hart- en vaatziekten, diabetes. Door hun lage calorieëngehalte (vezel- en waterrijk) bieden paddenstoelen een tegenwicht voor het calorierijke, vezelarme Westerse voedingspatroon. Ook de mineraleninhoud is waardevol: doordat ze rijk zijn aan kalium en arm aan natrium, hebben paddenstoelen een diuretisch en anti-oedeem effect. Ook de vitaminen en anti-oxidanten uit paddenstoelen hebben een beschermende invloed tegen oxidatieve stress, bij de ontgifting en tal van andere lichaamsprocessen. Er is ook sprake van een leverbeschermend effect. Anderzijds is bekend dat de betaglucanen uit paddenstoelen potente immuunstimulatoren zijn, terwijl ze vaak ook een natuurlijke antibiotische werking hebben (denk aan penicilline). Verder is er veel onderzoek op gebied van kankerpreventie, en als begeleidende bescherming bij chemo- en radiotherapie.

Daarnaast zijn ook de koolhydraten belangrijke macronutriënten maar deze zijn zeer verschillend met de rest van ons voedingsgamma: naast pentosen (xylose, ribose) en hexosen (glucose, galactose, mannose), bevatten ze ook suikeralcoholen zoals mannitol en inositol. Een flink deel bestaat uit grote polysaccharidenketens, vooral opgebouwd uit glucose en galactose (o.a. glycogeen en chitine). Vaak zijn ze gebonden aan eiwitcomponenten: glycoproteïnen. Vooral glucanen en glucaan-eiwit verbindingen zijn interessant. Deze polysacchariden en glycoproteïnen hebben voor de mens unieke eigenschappen en zijn verantwoordelijk voor de gezondheidsbevorderende eigenschappen van paddenstoelen: ze hebben onder andere immuunmodulerende, antivirale en anti-tumorale effecten (β-polysacchariden, β-glucanen). Sommige glycoproteïnen zijn vergelijkbaar met onze eigen cytokines (afweerstoffen in ons lichaam). De koolhydraten uit paddenstoelen dienen nauwelijks als energieleveranciers en hebben dus weinig of geen invloed op het bloedsuiker.

Diverse medicinale paddenstoelen

De Agaricus blazei Murill, die aan de randen van het regenwoud in Brazilië wordt geoogst, heeft een bewezen anti-tumor werking, maar de paddenstoel wordt ook ingezet bij immuundeficiëntie en verzacht de bijwerkingen van chemo- en radiotherapie. De Auricularia Auricua Judae wordt gebruikt in de Aziatische keuken. Het vermindert huidtumoren, beïnvloedt de vetstofwisseling en heeft een positieve invloed op de bloedviscositeit. De Chaga (berkenzwam) werkt bij gingivitis (tandvleesontsteking), maar ook bij tumoren van longen, maagdarm, huid en borst en tumoren aan het vrouwelijke urogenitale stelsel. De Agaricus bisporus, onze champignon, werkt bij nierinsufficiëntie, stimuleert ontgifting van de lever en nieren en vermindert diverse vormen van kanker. De Coriolus, het bekende elfenbankje, de shiitake (Lentinus edodes ) en oesterzwam (Pleurotus ostreatus) worden beschouwd als zeer rijke glucaanbronnen, waarvan respectievelijk lentinan en pleuran als de meest potente bestanddelen worden gezien. D-fractie wordt gezien als het belangrijkste glucaanextract van maitake (Grifola frondosa) met haar eveneens zeer gunstige immuun modulerende eigenschappen. Een andere breed inzetbare paddenstoel die bekend staat om zijn positieve invloed op de immuunfunctie, is de Cordyceps sinensis.

Wetenschappelijke onderbouwing

Er zijn enorm veel wetenschappelijke publicaties verschenen over immuun modulatie, ontstekingsremming, invloed op de bloedsuikerspiegel en anti-tumor effecten van paddenstoelen.

Een aantal voorbeelden:

Luchtweginfecties
Bij luchtweginfecties, waarbij een allergische component een rol speelt, suggereren verschillende onderzoeken dat bètaglucanen uit medicinale paddenstoelen een verbetering van het allergische ontstekingsbeeld kunnen geven en daarmee een vermindering in de ernst van de symptomen. Uit onder andere een gerandomiseerd dubbelblind placebo-gecontroleerd humaan onderzoek bij kinderen met recidiverende luchtweginfecties, werd het antiallergische effect gemeten van het bètaglucanenextract pleuran. Vooral bij kinderen met atopie bleek pleuran een stabiliserend effect te hebben op het serum immunoglobuline E (IgE) en de hoeveelheid perifere eosinofielen, beide belangrijke markers in allergische ontstekingsreacties.

De effectiviteit van pleuran bij luchtweginfecties wordt ook onderschreven door een humaan dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek bij duursporters. In de experimentele groep werden significant minder symptomen van bovenste luchtweginfecties waargenomen dan in de placebogroep. Tevens werd een stijging van het aantal Natural Killer-cellen waargenomen. Ook de Cordyceps sinensis kent een veelzijdige inzetbaarheid met betrekking tot de luchtwegen. Klinische onderzoeken bevestigen de positieve invloed van Cordyceps bij onder andere chronische bronchitis, astma bronchiale en COPD.

Immuunmodulatie – ontstekingsremming
De sterk immuunmodulerende werking van medicinale paddenstoelen wordt voor een groot deel toegeschreven aan de actieve polysachariden en de synergistische werking van de diverse inhoudsstoffen. Door activatie van vooral de macrofagen, wordt via verschillende regelmechanismen het immuunsysteem tot een veelheid van reacties aangezet.

Weerstandverhoging tegen virale en bacteriële infecties, met name lentinan en andere componenten uit shiitake (o.a. tbc, influenza, luchtweginfecties).
Hepatoprotectieve eigenschappen, met name door Cordyceps, de D-fractie uit maitake en shiitake.
Vele in vitro en in vivo analyses laten gunstige effecten zien bij acute en chronische infectieziekten, waaronder hiv, herpes en hepatitis, met name D-fractie uit maitake, lentinan en cordyceps.
Sterke reductie van de inflammatoire activiteit, onder andere via remming van de productie van TNF-α, NF-κB en NO, zowel door extracten van shiitake, maitake en oesterzwam.
De hoge antioxidantcapaciteit speelt een belangrijke rol in het tegengaan of beperken van schade ten gevolge van oxidatieve stress.

Bronnen: Zenchi Mycotherapie, Natura Foundation